Achtergrondinformatie

Vanaf de jaren 1970, 80 en 90 werden er (kleine) klinische onderzoeken uitgevoerd naar het sociaal functioneren van jongeren met een visuele beperking. Deze onderzoeken richtten zich vooral op zorgen van ouders en klinische zorgen. Verder werd er gebruik gemaakt van kleine aantallen respondenten; bijvoorbeeld één woonvorm of één school. In het rapport van Habekothe en Peters (1992) blijkt dat respondenten in de leeftijd van 19 tot 32 jaar knelpunten ondervinden in hun dagelijks leven; zoals acceptatie van het slechter zien of niet kunnen zien door henzelf en/of door de maatschappij, afhankelijkheid en problemen rondom sociale contacten. Kortom deze respondenten bevestigde de zorgen rondom het sociaal functioneren en gaven aanleiding voor verder onderzoek.

 

Eerste onderzoeksproject 1994-1999

In 1994 werd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) een 5 jarige promotieonderzoek gestart naar de sociale contacten, sociale steun en psychosociale ontwikkeling van blinde en slechtziende jongeren. Het verzoek om dit onderzoek uit te voeren kwam vanuit de FOVIG (de Federatie van Organisaties van Ouders van Visueel Gehandicapten). In dit onderzoek werden 316 jongens en meiden geïnterviewd en hun antwoorden geanalyseerd. De resultaten van dit onderzoek zijn ook vergeleken met een groep jongeren zonder visuele beperking (Kef, Hox, Habekothe, 1997; Kef, 1999; proefschrift). In dezelfde periode van 1994 tot 1999 zijn ook kleine deelprojecten door studenten uitgevoerd naar onder andere het opvoedingsgedrag van ouders van jongeren met een visuele beperking, de beleving van het opvoedingsgedrag van ouders van jongeren met een visuele beperking en de seksuele ervaring van jongeren die blind zijn. Tevens zijn de sociale netwerken en psychosociale ontwikkeling van jongeren met een lichamelijke of een verstandelijke beperking vergeleken met die van jongeren met een visuele beperking. 

Tweede onderzoeksproject 2003-2005

In 2003 is een tweejarig vervolgproject gestart om de jongeren van de eerste meting opnieuw te interviewen. Dit project werd gefinancierd door Stichting Inzicht, dat ondergebracht is bij ZonMw. Dit vervolgproject was een unieke kans om het onderzoek longitudinaal te maken, dat wil zeggen dat personen worden gevolgd in de tijd. Het eerste jaar werd dit onderzoek uitgevoerd aan de UvA en het tweede jaar aan de Vrije Universiteit (VU). Gedurende dit project werden 205 jongeren teruggevonden en opnieuw thuis geïnterviewd, zij waren nu tussen de 22 en 32 jaar. Daarnaast werd een tweede groep toegevoegd met 152 nieuwe jongeren met een visuele beperking in de leeftijd van 14 tot 22 jaar (Kef, 2006). Ook hebben in dit project ongeveer 160 ouders van de jongeren een vragenlijst ingevuld over opvoeding, stress en hun beeld over het sociaal functioneren van hun kind. In deze periode zijn wederom verschillende kleinere aanvullende onderzoeken gedaan door studenten, onder andere naar arbeidsparticipatie, seksualiteit, terugblik op adolescentie en sociale vaardigheden. Uit de resultaten van dit gehele project bleek er meer aandacht voor de totale persoon met een visuele beperking moest komen en niet alleen een focus op de ogen en het lastige kijken. Het project kreeg daarom met terugwerkende kracht de titel ‘Verder Kijken’, en ook de website die in 2006 is ontwikkeld heeft die naam: www.psy.vu.nl/verderkijken.

Derde onderzoeksproject 2009-2011

Een longitudinaal project vraagt om vervolgmetingen, om risico en protectieve factoren voor de psychosociale ontwikkeling in kaart te brengen. Een tweejarig project, wederom gefinancierd door InZicht, kon van 2009 tot 2011 uitgevoerd worden (Kef & Hatzmann). De focus lag in dit project op (toekomstig) ouderschap: willen ze graag kinderen, hoe is het vertrouwen in ouderschapsvaardigheden en ervaren vaders/moeder opvoedingsstress? In 2010 is de eerste groep respondenten voor de derde keer, nu 28 tot 38 jaar, geïnterviewd en de tweede groep, nu 22 tot 32 jaar, werd voor de tweede keer geïnterviewd. Nieuw element was dat we ook de partners van de jongvolwassenen met een visuele beperking hebben betrokken in het onderzoek. Bovendien werd in dit onderzoek voor het eerst een eigen vergelijkingsgroep van mensen zonder beperking voor het onderzoek geworven. Ook tijdens dit onderzoek deden studenten aanvullende projecten naar tevredenheid van de relatie, kwaliteit van vriendschappen, en de relatie tussen autonomie en sociale vaardigheden.

Uit de resultaten van deze longitudinale studies bleek dat een aanzienlijk deel van de jongeren met een visuele beperking problemen ervaren op de domeinen van sociale participatie; school/werk, vrijetijdsbesteding en sociale relaties (Kef, 1997; Kef, 1999; Kef, Hox & Habekothe, 2000; Kef 2006). De jongeren die minder problemen ervaren op deze domeinen gebruiken vaak trial and error strategieën, ontvangen hulp van derden of hebben ouders die hun autonomie stimuleren. Het belangrijkste is dat de ernst van de problemen niet of niet alleen door de visuele beperking veroorzaakt worden. Dit leidt dan ook tot de vraag: ‘welke succesvolle en niet-succesvolle paden zijn er voor sociale participatie?’ en ‘kan een mentoring interventie effect hebben op de sociale participatie van jongeren met een visuele beperking?’.

Huidig onderzoeksproject 

Om antwoord te vinden op deze vragen is in 2012 het idee ontstaan om een vervolg promotieonderzoek te starten. In 2013 heeft Vereniging Bartimeus Sonneheerdt en Stichting InZicht besloten dit vijfjarig onderzoek te financieren. Het project bestaat uit twee delen, waarbij deel één zich richt op het opnieuw interviewen van de eerste groep (4e keer) en de tweede groep (3e keer) jongvolwassenen met een visuele bepekring. Deel twee van het project bestaat uit het aantonen van de effectiviteit van een interventie genaamd Mentor Support op sociale participatie door een 'Randomized Control Trial' (RCT) met drie groepen jongeren uit te voeren. Door middel van een vervolg van de longitudinale metingen en de inzet van Mentor Support kunnen de paden naar succesvolle sociale participatie inzichtelijk worden gemaakt. Gebaseerd op alle inspirerende verhalen van de afgelopen 20 jaar hopen we het sociale functioneren en de sociale participatie te verbeteren, een evidence-based interventie op te leveren en de onvervulde ondersteuningsbehoefte van jongeren met een visuele beperking te vervullen op een manier die aansluit bij hun levensstijl en behoeftes. 

Voor meer informatie en bijvoorbeeld een overzicht van alle onderzoekspublicaties en complete onderzoeken van studenten verwijzen we graag naar www.psy.vu.nl/verderkijken.

Bij vragen kunt u contact opnemen met Sabina Kef (s.kef@vu.nl) of met Eline Heppe (e.c.m.heppe@vu.nl of 020-589 976)
Tweet 0 keer gedeeld op Twitter